Mobiliteit

Over duurzame energiedragers in mobiliteit

In het Klimaatakkoord is afgesproken om de inzet van duurzame brandstoffen in wegverkeer te vergroten tot een maximum inzet van 27 PJ (bovenop de 33 PJ uit het 2030-scenario in Nationale Energie Verkenning 2017). Dit brengt de totale maximum inzet op 60 PJ. Daarnaast is in het Klimaatakkoord afgesproken dat de binnenvaart minimaal 5 PJ (0,4 Mton) CO2-reductie zal realiseren in 2030.

De inzet van hernieuwbare energie omvat biobrandstoffen, hernieuwbare elektriciteit en additioneel hernieuwbare waterstof. De totale afzet van brandstoffen in het wegverkeer/overig vervoer is tussen 2016 en 2020 met 5% toegenomen. Het fysieke aandeel van hernieuwbare brandstoffen is in dezelfde periode verdubbeld, van 13 PJ in 2016 naar 26,5 PJ in 2020.

Fysieke afzet hernieuwbare energiedragers, 2020

Presentatie

Over duurzame energiedragers in mobiliteit

In het Klimaatakkoord is afgesproken om de inzet van duurzame brandstoffen in wegverkeer te vergroten tot een maximum inzet van 27 PJ (bovenop de 33 PJ uit het 2030-scenario in Nationale Energie Verkenning 2017). Dit brengt de totale maximum inzet op 60 PJ. Daarnaast is in het Klimaatakkoord afgesproken dat de binnenvaart minimaal 5 PJ (0,4 Mton) CO2-reductie zal realiseren in 2030.

De inzet van hernieuwbare energie omvat biobrandstoffen, hernieuwbare elektriciteit en additioneel hernieuwbare waterstof. De totale afzet van brandstoffen in het wegverkeer/overig vervoer is tussen 2016 en 2020 met 5% toegenomen. Het fysieke aandeel van hernieuwbare brandstoffen is in dezelfde periode verdubbeld, van 13 PJ in 2016 naar 26,5 PJ in 2020.

Fysieke afzet hernieuwbare energiedragers, 2020

Fysieke afzek (bio)brandstoffen in wegvervoer en mobiele machines - 2020 - Nederland

Presentatie

Indicatoren

Het dashboard bevat voor duurzame energiedragers mobiliteit nu de volgende indicatoren.

Beleid en afspraken

In de uitvoering wordt gewerkt aan de volgende beleidsonderwerpen en (clusters van) afspraken. Lees de beschrijving en status door te klikken op het 'plusje'.

  • Hernieuwbare energiedragers

  • Stimuleren waterstof

  • Duurzaam inkopen, bussen, doelgroepenvervoer, reinigingsvoertuigen

Randvoorwaarden

Om de transitie mogelijk te maken moeten randvoorwaarden veranderen. Het beleid en de afspraken dragen hieraan bij. De volgende indicatoren hebben betrekking op randvoorwaarden voor de transitie in de subsector duurzame energiedragers.

Waterstoftankstations

Op de kaart staan de locaties van waterstoftankstations in Nederland. De doelstelling voor 2025 is 50 waterstoftankstations, dit is de basis voor verdere uitrol van waterstoftankstations na 2025.

Subsidiering van waterstoftankstations is in deze vroege marktfase met weinig afnemers een voorwaarde voor investeringen. Met DKTI-subsidie is inmiddels een aantal waterstofstations gerealiseerd: o.a. Den Haag (BP/Orangegas), Rhoon (Air liquide), Hoofddorp A4 (Shell), Westpoort 2x (Shell en Orangegas) en Pesse (Shell). Eind 2021 wordt een totaal van 15 tankstations verwacht, uitgroeiend naar 20 in 2022.

In  - Provincies

Presentatie

Waterstoftankstations

Op de kaart staan de locaties van waterstoftankstations in Nederland. De doelstelling voor 2025 is 50 waterstoftankstations, dit is de basis voor verdere uitrol van waterstoftankstations na 2025.

Subsidiering van waterstoftankstations is in deze vroege marktfase met weinig afnemers een voorwaarde voor investeringen. Met DKTI-subsidie is inmiddels een aantal waterstofstations gerealiseerd: o.a. Den Haag (BP/Orangegas), Rhoon (Air liquide), Hoofddorp A4 (Shell), Westpoort 2x (Shell en Orangegas) en Pesse (Shell). Eind 2021 wordt een totaal van 15 tankstations verwacht, uitgroeiend naar 20 in 2022. In  - Provincies

Presentatie

Veranderingen

Nog niet beschikbaar.

Resultaten

De volgende indicatoren hebben betrekking op meetbare resultaten in de subsector duurzame energiedragers in de mobiliteit.

Fysieke afzet hernieuwbare energiedragers, 2020

De totale afzet van brandstoffen in het wegverkeer/overig vervoer is tussen 2016 en 2020 met 5% toegenomen. Het fysieke aandeel van hernieuwbare brandstoffen is in dezelfde periode verdubbeld, van 13 PJ in 2016 naar 26,5 PJ in 2020. Dit is met name veroorzaakt door de toename in het gebruik van vloeibare biobrandstoffen (94%) en voor een klein percentage door hernieuwbare elektriciteit en biogas (6%).

In het Klimaatakkoord is afgesproken om de inzet van duurzame brandstoffen in wegverkeer te vergroten tot een maximum van 27 PJ (bovenop de 33 PJ uit het 2030-scenario in Nationale Energie Verkenning 2017). Dit brengt de totale maximum inzet op 60 PJ.

De mogelijke inzet van hernieuwbare energie omvat biobrandstoffen, hernieuwbare elektriciteit en additioneel hernieuwbare waterstof. Daarnaast is in het Klimaatakkoord afgesproken dat de binnenvaart minimaal 5 PJ (0,4 Mton) CO₂ reductie zal realiseren in 2030.

Presentatie

Fysieke afzet hernieuwbare energiedragers procentueel, 2020

In 2020 bedroeg het aandeel hernieuwbare energiedragers dat is ingezet voor het wegverkeer/overig vervoer 6,6% (26,5 PJ fysieke energie-inhoud) van de totale plas van 398 PJ voor deze categorie (de bijmengverplichting geldt voor het deel wegverkeer/overig vervoer).

Onder de hier gehanteerde definitie voor wegverkeer/overig vervoer vallen ook: spoorvervoer, mobiele werktuigen, landbouwvoertuigen, bosbouwmachines en pleziervaart (niet op zee).

Daarnaast is er de zogenaamde opt-in regeling, wat betekent dat ook de geleverde hernieuwbare energiedragers aan binnenvaart en zeevaart mogen worden toegerekend voor het behalen van de jaarverplichting. Wanneer deze opt-in inzet van hernieuwbare energiedragers in de binnenvaart (0,4 PJ) wordt meegerekend komt de inzet uit op 6,7%. Wanneer de inzet inclusief binnenvaart en zeevaart (respectievelijk, 0,4PJ en 9,6 PJ) wordt meegerekend komt de fysieke hoeveelheid hernieuwbare energiedragers uit op 9,1% (36,5 PJ van 398 PJ).

Presentatie

Afzet hernieuwbare energiedragers procentueel en inclusief dubbeltellingen, 2020

Voor de verantwoording binnen Nederland mogen een aantal soorten inzet dubbel of meer gerekend worden. Het betreft: ANNEX IX A (geavanceerd: frituurvetten) en B (overige geavanceerde hernieuwbare brandstoffen) (2 X rekenen); elektriciteit (4 X rekenen) en waterstof (2,5 X rekenen). Dit worden de dubbeltellingen genoemd. Wanneer deze dubbeltelling worden meegerekend komt de inzet voor wegverkeer/overig verkeer in 2020 uit op 11,5%. Inclusief binnenvaart (gaat het om 11,7% en inclusief binnenvaart en zeevaart gaat het om 16,5% ten opzichte van een totale plas van 398 PJ.

Presentatie

Fysieke afzet hernieuwbare energiedragers, 2020

De totale afzet van brandstoffen in het wegverkeer/overig vervoer is tussen 2016 en 2020 met 5% toegenomen. Het fysieke aandeel van hernieuwbare brandstoffen is in dezelfde periode verdubbeld, van 13 PJ in 2016 naar 26,5 PJ in 2020. Dit is met name veroorzaakt door de toename in het gebruik van vloeibare biobrandstoffen (94%) en voor een klein percentage door hernieuwbare elektriciteit en biogas (6%).

In het Klimaatakkoord is afgesproken om de inzet van duurzame brandstoffen in wegverkeer te vergroten tot een maximum van 27 PJ (bovenop de 33 PJ uit het 2030-scenario in Nationale Energie Verkenning 2017). Dit brengt de totale maximum inzet op 60 PJ.

De mogelijke inzet van hernieuwbare energie omvat biobrandstoffen, hernieuwbare elektriciteit en additioneel hernieuwbare waterstof. Daarnaast is in het Klimaatakkoord afgesproken dat de binnenvaart minimaal 5 PJ (0,4 Mton) CO₂ reductie zal realiseren in 2030. Fysieke afzek (bio)brandstoffen in wegvervoer en mobiele machines - 2020 - Nederland

Presentatie

Fysieke afzet hernieuwbare energiedragers procentueel, 2020

In 2020 bedroeg het aandeel hernieuwbare energiedragers dat is ingezet voor het wegverkeer/overig vervoer 6,6% (26,5 PJ fysieke energie-inhoud) van de totale plas van 398 PJ voor deze categorie (de bijmengverplichting geldt voor het deel wegverkeer/overig vervoer).

Onder de hier gehanteerde definitie voor wegverkeer/overig vervoer vallen ook: spoorvervoer, mobiele werktuigen, landbouwvoertuigen, bosbouwmachines en pleziervaart (niet op zee).

Daarnaast is er de zogenaamde opt-in regeling, wat betekent dat ook de geleverde hernieuwbare energiedragers aan binnenvaart en zeevaart mogen worden toegerekend voor het behalen van de jaarverplichting. Wanneer deze opt-in inzet van hernieuwbare energiedragers in de binnenvaart (0,4 PJ) wordt meegerekend komt de inzet uit op 6,7%. Wanneer de inzet inclusief binnenvaart en zeevaart (respectievelijk, 0,4PJ en 9,6 PJ) wordt meegerekend komt de fysieke hoeveelheid hernieuwbare energiedragers uit op 9,1% (36,5 PJ van 398 PJ). Fysieke afzet hernieuwbare energiedragers -  - 2020 - ⠀

Presentatie

Afzet hernieuwbare energiedragers procentueel en inclusief dubbeltellingen, 2020

Voor de verantwoording binnen Nederland mogen een aantal soorten inzet dubbel of meer gerekend worden. Het betreft: ANNEX IX A (geavanceerd: frituurvetten) en B (overige geavanceerde hernieuwbare brandstoffen) (2 X rekenen); elektriciteit (4 X rekenen) en waterstof (2,5 X rekenen). Dit worden de dubbeltellingen genoemd. Wanneer deze dubbeltelling worden meegerekend komt de inzet voor wegverkeer/overig verkeer in 2020 uit op 11,5%. Inclusief binnenvaart (gaat het om 11,7% en inclusief binnenvaart en zeevaart gaat het om 16,5% ten opzichte van een totale plas van 398 PJ.

Fysieke afzet (bio)brandstoffen in wegvervoer en mobiele machines - 2020 - Nederland

Presentatie