Landbouw en landgebruik

Over landgebruik

Het beleid omtrent landgebruik moet leiden tot zowel een reductie van broeikasgasemissies als een toename van koolstofvastlegging, met een inzet op veenweidegebieden, bomen, bossen en natuur en landbouwbodems. Voor emissiereductie in veenweidegebieden wordt vooral ingezet op het verhogen van grondwaterstanden. Voor het vergroten van koolstofvastlegging is de inzet met name gericht op het voorkomen van ontbossing, klimaatslim beheer van bestaande en aanleg van nieuwe bomen, bossen en natuur en het bewerkstelligen van een positieve organische stofbalans in minerale landbouwbodems. Om te bepalen welke maatregelen het meest effectief zijn worden onderzoeken en pilots uitgevoerd. Voor maatregelen die bewezen effectief zijn, wordt gekeken naar zowel publieke als private vergoedingen, waaronder de eco-regeling van het nieuwe GLB-NSP 2023-2027 en verhandelbare koolstofcertificaten.

Elementen klimaatbeleid landgebruik

still

Over landgebruik

Het beleid omtrent landgebruik moet leiden tot zowel een reductie van broeikasgasemissies als een toename van koolstofvastlegging, met een inzet op veenweidegebieden, bomen, bossen en natuur en landbouwbodems. Voor emissiereductie in veenweidegebieden wordt vooral ingezet op het verhogen van grondwaterstanden. Voor het vergroten van koolstofvastlegging is de inzet met name gericht op het voorkomen van ontbossing, klimaatslim beheer van bestaande en aanleg van nieuwe bomen, bossen en natuur en het bewerkstelligen van een positieve organische stofbalans in minerale landbouwbodems. Om te bepalen welke maatregelen het meest effectief zijn worden onderzoeken en pilots uitgevoerd. Voor maatregelen die bewezen effectief zijn, wordt gekeken naar zowel publieke als private vergoedingen, waaronder de eco-regeling van het nieuwe GLB-NSP 2023-2027 en verhandelbare koolstofcertificaten.

Elementen klimaatbeleid landgebruik

still

Indicatoren

Het dashboard bevat voor landgebruik nu de volgende indicatoren.

Beleid en afspraken

In de uitvoering wordt gewerkt aan de volgende beleidsonderwerpen en (clusters van) afspraken. Lees de beschrijving en status door te klikken op het 'plusje'.

  • Veenweidegebieden

  • Bomen, bossen en natuur

  • Landbouwbodems en vollegrondsteelt

Randvoorwaarden

Om de transitie mogelijk te maken moeten randvoorwaarden veranderen. Het beleid en de afspraken dragen hieraan bij. De volgende indicatoren hebben betrekking op randvoorwaarden voor de transitie in de subsector landgebruik.

Veenweidegebieden

Verdeling van impulsgelden over de 6 provincies met het meeste kustvlakteveen, 2020 - 2021

Eind 2020 zijn de Impulsgelden (€100 miljoen) uitgekeerd aan de zes provincies met het meeste kustvlakteveen op basis van gebiedsplannen. De provincies zijn voornemens om vanuit eigen middelen (circa €100 miljoen) de impuls te versterken. Het gaat om gebiedsprocessen op gang brengen door bedrijven uit te kopen of te verplaatsen binnen of buiten hetzelfde gebied in combinatie met grondwaterstand verhogende maatregelen. De prognose op basis van de gebiedsplannen is dat dit ca. 0,14 Mton CO₂-eq. emissiereductie op zal leveren in 2030.

Stand van zaken onderzoek, pilots en kennisdelen veenweidegebieden op 1 mei 2022

Er worden momenteel verschillende grondwaterstand-verhogende maatregelen onderzocht en uitgeprobeerd om te komen tot een effectieve maatregelenmix die vervolgens uitgerold kan worden. De tabel geeft een overzicht van de stand van zaken van onderzoek, pilots en kennisdelen op 1 mei 2022. In totaal wordt hier in de periode tot 2025 €76 miljoen aan Rijksmiddelen voor ingezet. Dit heeft een verwacht reductiepotentieel van 0,04 Mton CO2-eq. in 2030. In 2022/2023 wordt €100 miljoen aan Rijksmiddelen aan provincies beschikbaar gesteld voor de uitrol van maatregelen. Dit levert naar verwachting 0,82 Mton CO2-eq. emissiereductie op in 2030.

Doel Budget Stand van zaken 1/5/2022
NOBV1: Real-time meten van het effect van verschillende maatregelen op CO2-emissie, grondwaterstand, bodemdaling, bodemvocht en bodemtemperatuur. €12,5 mln. Eerste voorlopige bevindingen (meer meetjaren noodzakelijk om conclusies te kunnen trekken):
  • effectiviteit van maatregelen is afhankelijk van omstandigheden zoals het weer, bodemopbouw, etc.;
  • verhogen van het slootwaterpeil heeft een reducerend effect op de CO2-emissie, onderwaterdrainage levert bij een slootwaterpeil tussen de grofweg -20 cm en de -50/60 cm beneden maaiveld verdere reductie op.
  • IBP-VP2: Economisch vitaal, leefbaar en ecologisch duurzaam platteland. €10,8 mln. Er lopen momenteel 4 pilots in de 4 grote veenweidegebieden.
    GLB pilots veenweidengebieden: Uitproberen van nieuwe combinaties van bestaande beheermaatregelen en onderzoeken van effecten daarvan op CO2-emissie, grondwaterstand, bodemdaling en andere aspecten. €5,3 mln. Er lopen momenteel 6 pilots.
    SABE3: Draagt bij aan het opbouwen van kennis over veenweide maatregelen bij agrarisch adviseurs en in agrarische netwerken. €0,5 mln. (1e openstelling) Er worden momenteel 4 netwerken in veenweide ondersteund.
    VIPNL4: Zo snel mogelijk vullen van de gereedschapskist voor gebiedsprocessen. Het moet ten gunste staan van de gebieden en helpen om de klimaatdoelstellingen te behalen. Samen met de regio worden onderzoeksthema’s vastgesteld waarbij de regio’s gevraagd worden om ook zelf te investeren, zodat zij kiezen voor innovaties die ze mogelijk daadwerkelijk willen implementeren. €11,5 mln. (t/m/ 2026) De Regiegroep veenweiden heeft voor het VIPNL vier sporen vastgesteld: water, bodem, landgebruik en integrale bedrijfsvoering, onderverdeeld in verschillende thema’s. Voor 2022 is aan de thema’s Klei in veen, Boeren op hoog water, Natte teelten en Veenmos prioriteit gegeven.
    1Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweide
    2Pilots Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland
    3Subsidiemodule Agrarische Bedrijfsadvisering en Educatie
    4Veenweiden Innovatieprogramma Nederland

    Voorbeeld uitwerking CO₂-emissie in West-Nederland o.b.v. SOMERS registratiesysteem

    Om te bepalen of de reductiedoelstelling van 1 Mton CO2 uit veenweiden op termijn daadwerkelijk wordt gehaald, moet de landelijke CO2-emissiereductie in het veenweidegebied jaarlijks worden bijgehouden. Daarvoor is het registratiesysteem SOMERS (Subsurface Organic Matter Emission Registration System) ontwikkeld. Met SOMERS zijn rekenregels bepaald die als indicatieve ondersteuning kunnen dienen bij het bepalen van de effecten van voorgestelde maatregelen op de CO2-emissie in het veenweidegebied. Het zijn inschattingen voor ‘karakteristieke’ situaties in drie verschillende gebieden in Nederland. De rekenregels tonen de gemodelleerde CO2-emissie per hectare per jaar bij verschillende slootwaterpeilen, droogleggingen, slootafstanden (perceelsbreedte) en de archetypen veengronden. De archetypen zijn koopveengronden (hV), weideveengronden (pV), waardveengronden (kV), koopveengrond op zand (hVz), waardveengrond op zand (kVz), vlierveengronden (V), vlierveengrond op zand (Vz) en madeveengronden (aVz). In  het voorbeeld hiernaast is de perceelsbreedte 60 m en zijn de effecten af te lezen van de maatregelen peilverhoging, onderwaterdrainage en twee varianten van drukdrainage.

    grafiek

    Bomen, Bossen en Natuur

    Uitwerking Klimaatakkoord maatregelen Bomen, Bossen en Natuur in Bossenstrategie

    Op 18 november 2020 is de uitgewerkte Bossenstrategie, inclusief beleidsagenda, van Rijk en provincies gepubliceerd en aan de Tweede Kamer gestuurd. De uitvoering ligt bij de projectorganisatie uitvoering Bossenstrategie die rapporteert aan de werkgroep Bomen, Bossen, Natuur (BBN) en het bestuurlijk overleg Natuur. Een groot deel van de maatregelen opgenomen in het Klimaatakkoord zijn uitgewerkt in de Bossenstrategie.

    Klimaatakkoord maatregelen Uitwerking in Bossenstrategie
    Voorkomen afname koolstofvastlegging door ontbossing Wijziging van de Wet Natuurbescherming
    Bovenwettelijke compensatie ontbossing in N2000-gebieden: 3.400 ha
    Vergroten koolstofvastlegging door klimaatslim beheer van bestaande bossen en landschapselementen Aanpak omgevingsfactoren
    Kwaliteitsimpuls voor het bos
    Maatregelen in regulier beheer
    Vergroten koolstofvastlegging door aanleg van nieuwe bossen en bomen binnen en buiten Natuurnetwerk Nederland Aanleg binnen Natuurnetwerk Nederland: 15.000 ha
    Aanleg buiten Natuurnetwerk Nederland: 19.000 ha, waarvan:
  • beekdalen en kreekruggen: 2.000 ha
  • langs grote rivieren: 2.000 ha
  • i.c.m. de energietransitie: 3.000 ha
  • in steden en dorpen: 5.000 ha
  • i.c.m. landbouw: 7.000 ha
  • Uitwerking Klimaatakkoord maatregelen Bomen, Bossen en Natuur, onderdeel Natte Natuur

    Het projectteam Natte Natuur (onderdeel van de werkgroep BBN) is bezig met de uitwerking van de Klimaatakkoord maatregelen met betrekking tot natte natuur. Dit behelst het identificeren van kansrijke maatregelen en gebieden, inzicht verkrijgen in de verwachte CO2 winst per hectare, kosten en mogelijkheden voor financiering van maatregelen.

    Klimaatakkoord maatregelen Uitwerking door projectteam Natte Natuur
    Reductie van broeikasgasemissies en het vergroten van koolstofvastlegging door beheer en aanleg van (natte) natuur. Maatregelen in:
  • Laag- en Hoogveengebieden;
  • Overgangsgebieden (landbouw-Natuur);
  • Zee, kustgebieden, kwelders;
  • Moeras bij rivieren en op andere minerale gronden;
  • Open water, grote wateren (zoet).
  • Landbouwbodems en vollegrondsteelt

    Onderzoeksresultaten potentiële CO₂-vastlegging in minerale landbouwbodems

    Het onderzoeksprogramma Slim Landgebruik heeft de potentiële extra CO2-vastlegging in minerale landbouwbodems in Nederland in kaart gebracht. Hiervoor is onderzoek gedaan naar de effectiviteit van verschillende maatregelen in de veehouderij en akkerbouw, op zowel zand- als kleibodems. Voor de veehouderij zijn vooral de maatregelen meer blijvend grasland, snijmais met strokenfrees en extra vaste mest effectief. Voor de akkerbouw zijn vooral de maatregelen vanggewas/groenbemester, verhogen aandeel rustgewassen en stro achterlaten effectief. De totale potentie van alle maatregelen samen is 0,9 Mton extra CO2-vastlegging per jaar. Veel van deze maatregelen gaan echter gepaard met relatief hoge kosten, die de toepassing ervan beperken. Vandaar dat er wordt gekeken naar zowel publieke als private vergoedingen, waaronder de eco-regeling van het nieuwe GLB-NSP 2023-2027 en verhandelbare koolstofcertificaten.

    grafiek

    Veenweidegebieden

    Verdeling van impulsgelden over de 6 provincies met het meeste kustvlakteveen

    Eind 2020 zijn de Impulsgelden (€100 miljoen) uitgekeerd aan de zes provincies met het meeste kustvlakteveen op basis van gebiedsplannen. De provincies zijn voornemens om vanuit eigen middelen (circa €100 miljoen) de impuls te versterken. Het gaat om gebiedsprocessen op gang brengen door bedrijven uit te kopen of te verplaatsen binnen of buiten hetzelfde gebied in combinatie met grondwaterstand verhogende maatregelen. De prognose op basis van de gebiedsplannen is dat dit ca. 0,14 Mton CO₂-eq. emissiereductie op zal leveren in 2030.

    Randvoorwaarden - 2020 - Provincies

    Presentatie

    Stand van zaken onderzoek, pilots en kennisdelen veenweidegebieden op 1 mei 2022

    Er worden momenteel verschillende grondwaterstand-verhogende maatregelen onderzocht en uitgeprobeerd om te komen tot een effectieve maatregelenmix die vervolgens uitgerold kan worden. De tabel geeft een overzicht van de stand van zaken van onderzoek, pilots en kennisdelen op 1 mei 2022. In totaal wordt hier in de periode tot 2025 €76 miljoen aan Rijksmiddelen voor ingezet. Dit heeft een verwacht reductiepotentieel van 0,04 Mton CO2-eq. in 2030. In 2022/2023 wordt €100 miljoen aan Rijksmiddelen aan provincies beschikbaar gesteld voor de uitrol van maatregelen. Dit levert naar verwachting 0,82 Mton CO2-eq. emissiereductie op in 2030.

    Onderzoek, pilots en kennisdelen Budget Stand van zaken 1/5/2021
    NOBV1: Real-time meten van het effect van verschillende maatregelen op CO2 emissie, grondwaterstand, bodemdaling, bodemvocht en bodemtemperatuur €12,5 mln. ca. 10 meetlocaties in diverse gebieden bij verschillende maatregelen
    IBP-VP2: Economisch vitaal, leefbaar en ecologisch duurzaam platteland €10,8 mln. 4 pilots in de 4 grote veenweidegebieden
    Pilots GLB: Uitproberen van nieuwe combinaties van bestaande beheermaatregelen en onderzoeken van effecten daarvan op CO2 emissie, grondwaterstand, bodemdaling en andere aspecten €5,3 mln. Tender gesloten op 11/4/2021, 7 aanvragen ontvangen
    SABE3: Draagt bij aan het opbouwen van kennis over veenweide maatregelen bij agrarisch adviseurs en in agrarische netwerken €0,5 mln. (1e openstelling) 4 netwerken in veenweide ondersteund
    1Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweide
    2Pilots Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland
    3Subsidiemodule Agrarische Bedrijfsadvisering en Educatie

    Voorbeeld uitwerking CO₂-emissie in West-Nederland o.b.v. SOMERS registratiesysteem

    Om te bepalen of de reductiedoelstelling van 1 Mton CO2 uit veenweiden op termijn daadwerkelijk wordt gehaald, moet de landelijke CO2-emissiereductie in het veenweidegebied jaarlijks worden bijgehouden. Daarvoor is het registratiesysteem SOMERS (Subsurface Organic Matter Emission Registration System) ontwikkeld. Met SOMERS zijn rekenregels bepaald die als indicatieve ondersteuning kunnen dienen bij het bepalen van de effecten van voorgestelde maatregelen op de CO2-emissie in het veenweidegebied. Het zijn inschattingen voor ‘karakteristieke’ situaties in drie verschillende gebieden in Nederland. De rekenregels tonen de gemodelleerde CO2-emissie per hectare per jaar bij verschillende slootwaterpeilen, droogleggingen, slootafstanden (perceelsbreedte) en de archetypen veengronden. De archetypen zijn koopveengronden (hV), weideveengronden (pV), waardveengronden (kV), koopveengrond op zand (hVz), waardveengrond op zand (kVz), vlierveengronden (V), vlierveengrond op zand (Vz) en madeveengronden (aVz). In  het voorbeeld hiernaast is de perceelsbreedte 60 m en zijn de effecten af te lezen van de maatregelen peilverhoging, onderwaterdrainage en twee varianten van drukdrainage.

    grafiek

    Bomen, Bossen en Natuur

    Uitwerking Klimaatakkoord maatregelen Bomen, Bossen en Natuur in Bossenstrategie

    Op 18 november 2020 is de uitgewerkte Bossenstrategie, inclusief beleidsagenda, van Rijk en provincies gepubliceerd en aan de Tweede Kamer gestuurd. De uitvoering ligt bij de projectorganisatie uitvoering Bossenstrategie die rapporteert aan de werkgroep Bomen, Bossen, Natuur (BBN) en het bestuurlijk overleg Natuur. Een groot deel van de maatregelen opgenomen in het Klimaatakkoord zijn uitgewerkt in de Bossenstrategie.

    Klimaatakkoord maatregelen Uitwerking in Bossenstrategie
    Voorkomen afname koolstofvastlegging door ontbossing Wijziging van de Wet Natuurbescherming
    Bovenwettelijke compensatie ontbossing in N2000-gebieden: 3.400 ha
    Vergroten koolstofvastlegging door klimaatslim beheer van bestaande bossen en landschapselementen Aanpak omgevingsfactoren
    Kwaliteitsimpuls voor het bos
    Maatregelen in regulier beheer
    Vergroten koolstofvastlegging door aanleg van nieuwe bossen en bomen binnen en buiten Natuurnetwerk Nederland Aanleg binnen Natuurnetwerk Nederland: 15.000 ha
    Aanleg buiten Natuurnetwerk Nederland: 19.000 ha, waarvan:
    beekdalen en kreekruggen: 2.000 ha
    langs grote rivieren: 2.000 ha
    i.c.m. de energietransitie: 3.000 ha
    in steden en dorpen: 5.000 ha
    i.c.m. landbouw: 7.000 ha

    Uitwerking Klimaatakkoord maatregelen Bomen, Bossen en Natuur in Bossenstrategie

    Het projectteam Natte Natuur (onderdeel van de werkgroep BBN) is bezig met de uitwerking van de Klimaatakkoord maatregelen met betrekking tot natte natuur. Dit behelst het identificeren van kansrijke maatregelen en gebieden, inzicht verkrijgen in de verwachte CO2 winst per hectare, kosten en mogelijkheden voor financiering van maatregelen.

    Klimaatakkoord maatregelen Uitwerking door projectteam Natte Natuur
    Reductie van broeikasgasemissies en het vergroten van koolstofvastlegging door beheer en aanleg van (natte) natuur Er worden maatregelen voorgesteld in de volgende type (natuur) gebieden;
    • - Laag- en Hoogveengebieden
    • - Overgangsgebieden (Landbouw-Natuur)
    • - (bij) Zee, Kust, Kwelders
    • - Moeras bij rivieren en op andere minerale gronden
    • - Open water, grote wateren (zoet)

    Landbouwbodems en vollegrondsteelt

    Onderzoeksresultaten potentiële CO₂-vastlegging in minerale landbouwbodems

    Het onderzoeksprogramma Slim Landgebruik heeft de potentiële extra CO2-vastlegging in minerale landbouwbodems in Nederland in kaart gebracht. Hiervoor is onderzoek gedaan naar de effectiviteit van verschillende maatregelen in de veehouderij en akkerbouw, op zowel zand- als kleibodems. Voor de veehouderij zijn vooral de maatregelen meer blijvend grasland, snijmais met strokenfrees en extra vaste mest effectief. Voor de akkerbouw zijn vooral de maatregelen vanggewas/groenbemester, verhogen aandeel rustgewassen en stro achterlaten effectief. De totale potentie van alle maatregelen samen is 0,9 Mton extra CO2-vastlegging per jaar. Veel van deze maatregelen gaan echter gepaard met relatief hoge kosten, die de toepassing ervan beperken. Vandaar dat er wordt gekeken naar zowel publieke als private vergoedingen, waaronder de eco-regeling van het nieuwe GLB-NSP 2023-2027 en verhandelbare koolstofcertificaten.

    grafiek

    Voorbeeld uitwerking CO₂-emissie in West-Nederland o.b.v. SOMERS registratiesysteem

    Om te bepalen of de reductiedoelstelling van 1 Mton CO2 uit veenweiden op termijn daadwerkelijk wordt gehaald, moet de landelijke CO2-emissiereductie in het veenweidegebied jaarlijks worden bijgehouden. Daarvoor is het registratiesysteem SOMERS (Subsurface Organic Matter Emission Registration System) ontwikkeld. Met SOMERS zijn rekenregels bepaald die als indicatieve ondersteuning kunnen dienen bij het bepalen van de effecten van voorgestelde maatregelen op de CO2-emissie in het veenweidegebied. Het zijn inschattingen voor ‘karakteristieke’ situaties in drie verschillende gebieden in Nederland. De rekenregels tonen de gemodelleerde CO2-emissie per hectare per jaar bij verschillende slootwaterpeilen, droogleggingen, slootafstanden (perceelsbreedte) en de archetypen veengronden. De archetypen zijn koopveengronden (hV), weideveengronden (pV), waardveengronden (kV), koopveengrond op zand (hVz), waardveengrond op zand (kVz), vlierveengronden (V), vlierveengrond op zand (Vz) en madeveengronden (aVz). In  het voorbeeld hiernaast is de perceelsbreedte 60 m en zijn de effecten af te lezen van de maatregelen peilverhoging, onderwaterdrainage en twee varianten van drukdrainage.

    grafiek

    Veranderingen

    Als de randvoorwaarden wijzigen, worden veranderingen in de samenleving mogelijk. De volgende indicatoren hebben betrekking op veranderingen die al zichtbaar en meetbaar zijn.

    Veenweidegebieden

    Valuta voor Veen projecten, 2022

    Een van de instrumenten om de toepassing van grondwaterpeil-verhogende maatregelen in veenweidegebieden te stimuleren is het faciliteren van de vrijwillige markt voor koolstofcertificaten. Het ministerie van LNV ondersteunt de uitvoering van twee Valuta voor Veen pilots per veenweideprovincie waarin boeren op basis van een door Stichting Nationale Koolstofmarkt (SNK) vastgesteld methodedocument koolstofcertificaten kunnen verkopen op het PlatformCO2neutraal. Per 20 mei 2022 waren er drie Valuta voor Veen projecten gevalideerd, waarvan twee in Friesland (32 ha, 63 ha) en één in Noord-Holland (Westzijderveld: 20 ha). De projecten hebben alle drie een looptijd van 10 jaar.

    Presentatie

    Klimaatslim boeren op veen

    Binnen het programma Klimaatslim boeren op veen vindt op polderniveau samenwerking plaats tussen boeren, waterschappen en andere belanghebbenden, waarin gezamenlijk maatregelen worden genomen om bodemdaling en broeikasgasemissies te verminderen. Hierbij wordt kennis ontwikkeld die kan bijdragen aan een visie op toekomstig waterbeheer en een grotere bewustwording als het gaat om bodemdaling. Momenteel lopen er 7 projecten, waarvan 4 in de planvormingsfase (totaal ca. 3580 ha) en 3 deels in uitvoering. Onderstaande figuur geeft de procesaanpak weer.

    grafiek

    Veenweidegebieden

    Valuta voor Veen projecten

    Een van de instrumenten om de toepassing van grondwaterpeil-verhogende maatregelen in veenweidegebieden te stimuleren is het faciliteren van de vrijwillige markt voor koolstofcertificaten. Het ministerie van LNV ondersteunt de uitvoering van twee Valuta voor Veen pilots per veenweideprovincie waarin boeren op basis van een door Stichting Nationale Koolstofmarkt (SNK) vastgesteld methodedocument koolstofcertificaten kunnen verkopen op het PlatformCO2neutraal. Per 20 mei 2022 waren er drie Valuta voor Veen projecten gevalideerd, waarvan twee in Friesland (32 ha, 63 ha) en één in Noord-Holland (Westzijderveld: 20 ha). De projecten hebben alle drie een looptijd van 10 jaar.

    Valuta voor Veen projecten - 2022 - Nederland

    Presentatie

    Klimaatslim boeren op veen

    Binnen het programma Klimaatslim boeren op veen vindt op polderniveau samenwerking plaats tussen boeren, waterschappen en andere belanghebbenden, waarin gezamenlijk maatregelen worden genomen om bodemdaling en broeikasgasemissies te verminderen. Hierbij wordt kennis ontwikkeld die kan bijdragen aan een visie op toekomstig waterbeheer en een grotere bewustwording als het gaat om bodemdaling. Momenteel lopen er 7 projecten, waarvan 4 in de planvormingsfase (totaal ca. 3580 ha) en 3 deels in uitvoering. Onderstaande figuur geeft de procesaanpak weer.

    grafiek

    Resultaten

    De volgende indicatoren hebben betrekking op meetbare resultaten in de subsector landgebruik.

    Landbouwbodems en vollegrondsteelt

    Areaal blijvend grasland t.o.v. totaal areaal landbouwgrond, 2018 - 2021

    De figuur laat een toename zien van het areaal blijvend grasland ten opzichte van het totale areaal landbouwgrond in de periode 2018-2020.

    Aangezien het verhogen van de leeftijd van grasland (niet scheuren) een zeer effectieve koolstof-vastleggende maatregel is (zie tussenresultaten onderzoeksprogramma Slim Landgebruik), is een toename van het areaal blijvend grasland¹ wenselijk. Conform EU-regels mag het aandeel blijvend grasland binnen het hele landbouwareaal per lidstaat niet te veel dalen. Als het aandeel blijvend grasland landelijk krimpt, onderneemt Nederland actie richting de individuele landbouwers. Bij een daling van 5% of meer ten opzichte van het referentiejaar 2012 moet Nederland een omzetverbod en een herstelplicht invoeren.

    Presentatie

    Landbouwbodems en vollegrondsteelt

    Areaal blijvend grasland t.o.v. totaal areaal landbouwgrond

    De figuur laat een toename zien van het areaal blijvend grasland ten opzichte van het totale areaal landbouwgrond in de periode 2018-2020.

    Aangezien het verhogen van de leeftijd van grasland (niet scheuren) een zeer effectieve koolstof-vastleggende maatregel is (zie tussenresultaten onderzoeksprogramma Slim Landgebruik), is een toename van het areaal blijvend grasland¹ wenselijk. Conform EU-regels mag het aandeel blijvend grasland binnen het hele landbouwareaal per lidstaat niet te veel dalen. Als het aandeel blijvend grasland landelijk krimpt, onderneemt Nederland actie richting de individuele landbouwers. Bij een daling van 5% of meer ten opzichte van het referentiejaar 2012 moet Nederland een omzetverbod en een herstelplicht invoeren.

    1 Blijvend grasland is grond met een overheersend natuurlijke of ingezaaide vegetatie van grassen of andere kruidachtige voedergewassen. De grond moet minimaal 5 jaar niet in de vruchtwisseling zijn opgenomen. Overheersend betekent dat de vegetatie voor minimaal 50% bestaat uit grassen of andere kruidachtige voedergewassen. Pitrus, riet en heide worden niet gezien als kruidachtig voedergewas. Oppervlakte blijvend grasland - Nederland

    Presentatie