Landbouw en landgebruik

Over landgebruik

Het beleid omtrent landgebruik moet leiden tot zowel een reductie van broeikasgasemissies als een toename van koolstofvastlegging, met een inzet op veenweidegebieden, bossen en natuurgebieden en landbouwbodems. Om te bepalen welke maatregelen het meest effectief zijn worden onderzoeken en pilots uitgevoerd. Voor de veenweidegebieden zijn ook de Impulsgelden (€100 mln.) uitgekeerd aan de zes provincies met het meeste kustvlakteveen op basis van gebiedsplannen.

Elementen klimaatbeleid landgebruik

still

Over landgebruik

Het beleid omtrent landgebruik moet leiden tot zowel een reductie van broeikasgasemissies als een toename van koolstofvastlegging, met een inzet op veenweidegebieden, bossen en natuurgebieden en landbouwbodems. Om te bepalen welke maatregelen het meest effectief zijn worden onderzoeken en pilots uitgevoerd. Voor de veenweidegebieden zijn ook de Impulsgelden (€100 mln.) uitgekeerd aan de zes provincies met het meeste kustvlakteveen op basis van gebiedsplannen.

Elementen klimaatbeleid landgebruik

still

Indicatoren

Het dashboard bevat voor landgebruik nu de volgende indicatoren.

Beleid en afspraken

In de uitvoering wordt gewerkt aan de volgende beleidsonderwerpen en (clusters van) afspraken. Lees de beschrijving en status door te klikken op het 'plusje'.

  • Veenweidegebieden

  • Bomen, bossen en natuur

  • Landbouwbodems en vollegrondsteelt

Randvoorwaarden

Om de transitie mogelijk te maken moeten randvoorwaarden veranderen. Het beleid en de afspraken dragen hieraan bij. De volgende indicatoren hebben betrekking op randvoorwaarden voor de transitie in de subsector landgebruik.

Veenweidegebieden

Verdeling van impulsgelden over de 6 provincies met het meeste kustvlakteveen

Eind 2020 zijn de Impulsgelden (€100 miljoen) uitgekeerd aan de zes provincies met het meeste kustvlakteveen op basis van gebiedsplannen. De provincies zijn voornemens om vanuit eigen middelen (circa €100 miljoen) de impuls te versterken. Het gaat om gebiedsprocessen op gang brengen door bedrijven uit te kopen, te verplaatsen of via kavelruil op de goede plek te krijgen in combinatie met grondwaterstand verhogende maatregelen. De prognose op basis van de gebiedsplannen is dat dit ca. 0,14 Mton CO₂-reductie op zal leveren in 2030.

Stand van zaken onderzoek, pilots en kennisdelen veenweidegebieden op 1 mei 2021

Er worden momenteel verschillende grondwaterstand-verhogende maatregelen onderzocht en uitgeprobeerd om te komen tot een effectieve maatregelenmix die vervolgens uitgerold kan worden. De tabel geeft een overzicht van de stand van zaken van onderzoek, pilots en kennisdelen op 1 mei 2021. In totaal wordt hier in de periode tot 2025 €76 miljoen aan Rijksmiddelen voor ingezet. Dit heeft een verwacht reductiepotentieel van 0,04 Mton in 2030. In 2022/2023 wordt €100 miljoen aan Rijksmiddelen aan provincies beschikbaar gesteld voor de uitrol van maatregelen. Dit levert naar verwachting 0,82 Mton emissiereductie op in 2030.

Onderzoek, pilots en kennisdelen Budget Stand van zaken 1/5/2021
NOBV1: Real-time meten van het effect van verschillende maatregelen op CO2 emissie, grondwaterstand, bodemdaling, bodemvocht en bodemtemperatuur €12,5 mln. ca. 10 meetlocaties in diverse gebieden bij verschillende maatregelen
IBP-VP2: Economisch vitaal, leefbaar en ecologisch duurzaam platteland €10,8 mln. 4 pilots in de 4 grote veenweidegebieden
Pilots GLB: Uitproberen van nieuwe combinaties van bestaande beheermaatregelen en onderzoeken van effecten daarvan op CO2 emissie, grondwaterstand, bodemdaling en andere aspecten €5,3 mln. Tender gesloten op 11/4/2021, 7 aanvragen ontvangen
SABE3: Draagt bij aan het opbouwen van kennis over veenweide maatregelen bij agrarisch adviseurs en in agrarische netwerken €0,5 mln. (1e openstelling) 4 netwerken in veenweide ondersteund
1Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweide
2Pilots Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland
3Subsidiemodule Agrarische Bedrijfsadvisering en Educatie

Bomen, Bossen en Natuur

Uitwerking Klimaatakkoord maatregelen Bomen, Bossen en Natuur in Bossenstrategie

Op 18 november 2020 is de uitgewerkte Bossenstrategie, inclusief beleidsagenda, van Rijk en provincies gepubliceerd en aan de Tweede Kamer gestuurd. De uitvoering ligt bij de projectorganisatie uitvoering Bossenstrategie die rapporteert aan de werkgroep BBN en het bestuurlijk overleg Natuur. Een groot deel van de maatregelen opgenomen in het Klimaatakkoord zijn uitgewerkt in de Bossenstrategie.

De uitvoering ligt bij de projectorganisatie uitvoering Bossenstrategie die rapporteert aan de werkgroep BBN en het bestuurlijk overleg Natuur.

Klimaatakkoord maatregelen Uitwerking in Bossenstrategie
Voorkomen afname koolstofvastlegging door ontbossing Wijziging van de Wet Natuurbescherming
Bovenwettelijke compensatie ontbossing in N2000-gebieden: 3.400 ha
Vergroten koolstofvastlegging door klimaatslim beheer van bestaande bossen en landschapselementen Aanpak omgevingsfactoren
Kwaliteitsimpuls voor het bos
Maatregelen in regulier beheer
Vergroten koolstofvastlegging door aanleg van nieuwe bossen en bomen binnen en buiten Natuurnetwerk Nederland Aanleg binnen Natuurnetwerk Nederland: 15.000 ha
Aanleg buiten Natuurnetwerk Nederland: 19.000 ha, waarvan:
beekdalen en kreekruggen: 2.000 ha
langs grote rivieren: 2.000 ha
i.c.m. de energietransitie: 3.000 ha
in steden en dorpen: 5.000 ha
i.c.m. landbouw: 7.000 ha
Vergroten van koolstofvastlegging door beheer en aanleg van (natte) natuur Niet uitgewerkt in Bossenstrategie, maar door de werkgroep BBN

Landbouwbodems en vollegrondsteelt

Effectiviteit van koolstofvastleggende maatregelen in minerale landbouwbodems

De tussenresultaten van het onderzoeksprogramma Slim Landgebruik, waarin de effectiviteit van landbouwkundige maatregelen voor het vastleggen van koolstof in minerale gronden wordt getoetst, zijn beschikbaar (concept voortgangsrapportage, maart 2021).

De tussenresultaten laten zien dat voor akkerbouw het verbeteren van de gewasrotaties (groter aandeel granen in bouwplan) zeer effectief is, zowel op zand- als op kleigrond. De vele variaties op deze maatregel en in de metingen op bedrijven maakt echter dat de effectiviteit nog niet zeker is.

Voor veehouderij is het verhogen van de leeftijd van grasland (niet scheuren) zeer effectief, vooral op zandgrond, alhoewel de effectiviteit daar minder zeker is dan op kleigrond. Er vindt vervolgonderzoek plaats om meer betrouwbaarheid rondom de effectiviteit van verschillende maatregelen te verkrijgen.

Maatregel Effectiviteit1 Betrouwbaarheid2
    Zand (ton CO2/ha/jr) Klei (ton CO2/ha/jr)  
Akkerbouw        
Verbeteren gewasrotaties ++ 1,6 1,6 0
Compost en mest toevoegen + 0,5/ton o.s.3 0,5-0,7/ton o.s. ++
Gewasresten achterlaten + 0,4-1,0 0,2-0,7 +
Groenbemesters/vanggewassen 0 0 - 0
Meerjarige akkerranden4 + (-0,4) 0,25 0
Veehouderij        
Leeftijd grasland verhogen ++ 14-185 5,5 +
Niet-kerende grondbewerking in mais +/0 + 0 0
Mais-gras wisselteelt + 5-8 - +
Kruidenrijk grasland + 0 +6 ?
1O.b.v. onderzoeksresultaten Lange Termijn Experimenten, ++=zeer effectief, +=effectief, 0=niet effectief.
2Van effectiviteit, o.b.v. statistische analyses. ++=zeer betrouwbaar, +=betrouwbaar, 0=niet betrouwbaar.
3o.s. = organische stof.
4Uitgaande van een 3 m rand aan één kant van een ha perceel.
5Beperkt aantal percelen en koppeling met beheerverschillen (mest).
6Resultaat op klei toont effectiviteit na 15 jaar.

Veenweidegebieden

Verdeling van impulsgelden over de 6 provincies met het meeste kustvlakteveen

Eind 2020 zijn de Impulsgelden (€100 miljoen) uitgekeerd aan de zes provincies met het meeste kustvlakteveen op basis van gebiedsplannen. De provincies zijn voornemens om vanuit eigen middelen (circa €100 miljoen) de impuls te versterken. Het gaat om gebiedsprocessen op gang brengen door bedrijven uit te kopen, te verplaatsen of via kavelruil op de goede plek te krijgen in combinatie met grondwaterstand verhogende maatregelen. De prognose op basis van de gebiedsplannen is dat dit ca. 0,14 Mton CO₂-reductie op zal leveren in 2030.

Randvoorwaarden - 2020 - Provincies

Presentatie

Stand van zaken onderzoek, pilots en kennisdelen veenweidegebieden op 1 mei 2021

Er worden momenteel verschillende grondwaterstand-verhogende maatregelen onderzocht en uitgeprobeerd om te komen tot een effectieve maatregelenmix die vervolgens uitgerold kan worden. De tabel geeft een overzicht van de stand van zaken van onderzoek, pilots en kennisdelen op 1 mei 2021. In totaal wordt hier in de periode tot 2025 €76 miljoen aan Rijksmiddelen voor ingezet. Dit heeft een verwacht reductiepotentieel van 0,04 Mton in 2030. In 2022/2023 wordt €100 miljoen aan Rijksmiddelen aan provincies beschikbaar gesteld voor de uitrol van maatregelen. Dit levert naar verwachting 0,82 Mton emissiereductie op in 2030.

Onderzoek, pilots en kennisdelen Budget Stand van zaken 1/5/2021
NOBV1: Real-time meten van het effect van verschillende maatregelen op CO2 emissie, grondwaterstand, bodemdaling, bodemvocht en bodemtemperatuur €12,5 mln. ca. 10 meetlocaties in diverse gebieden bij verschillende maatregelen
IBP-VP2: Economisch vitaal, leefbaar en ecologisch duurzaam platteland €10,8 mln. 4 pilots in de 4 grote veenweidegebieden
Pilots GLB: Uitproberen van nieuwe combinaties van bestaande beheermaatregelen en onderzoeken van effecten daarvan op CO2 emissie, grondwaterstand, bodemdaling en andere aspecten €5,3 mln. Tender gesloten op 11/4/2021, 7 aanvragen ontvangen
SABE3: Draagt bij aan het opbouwen van kennis over veenweide maatregelen bij agrarisch adviseurs en in agrarische netwerken €0,5 mln. (1e openstelling) 4 netwerken in veenweide ondersteund
1Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweide
2Pilots Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland
3Subsidiemodule Agrarische Bedrijfsadvisering en Educatie

Bomen, Bossen en Natuur

Uitwerking Klimaatakkoord maatregelen Bomen, Bossen en Natuur in Bossenstrategie

Op 18 november 2020 is de uitgewerkte Bossenstrategie, inclusief beleidsagenda, van Rijk en provincies gepubliceerd en aan de Tweede Kamer gestuurd. De uitvoering ligt bij de projectorganisatie uitvoering Bossenstrategie die rapporteert aan de werkgroep BBN en het bestuurlijk overleg Natuur. Een groot deel van de maatregelen opgenomen in het Klimaatakkoord zijn uitgewerkt in de Bossenstrategie.

De uitvoering ligt bij de projectorganisatie uitvoering Bossenstrategie die rapporteert aan de werkgroep BBN en het bestuurlijk overleg Natuur.
Klimaatakkoord maatregelen Uitwerking in Bossenstrategie
Voorkomen afname koolstofvastlegging door ontbossing Wijziging van de Wet Natuurbescherming
Bovenwettelijke compensatie ontbossing in N2000-gebieden: 3.400 ha
Vergroten koolstofvastlegging door klimaatslim beheer van bestaande bossen en landschapselementen Aanpak omgevingsfactoren
Kwaliteitsimpuls voor het bos
Maatregelen in regulier beheer
Vergroten koolstofvastlegging door aanleg van nieuwe bossen en bomen binnen en buiten Natuurnetwerk Nederland Aanleg binnen Natuurnetwerk Nederland: 15.000 ha
Aanleg buiten Natuurnetwerk Nederland: 19.000 ha, waarvan:
beekdalen en kreekruggen: 2.000 ha
langs grote rivieren: 2.000 ha
i.c.m. de energietransitie: 3.000 ha
in steden en dorpen: 5.000 ha
i.c.m. landbouw: 7.000 ha
Vergroten van koolstofvastlegging door beheer en aanleg van (natte) natuur Niet uitgewerkt in Bossenstrategie, maar door de werkgroep BBN

Landbouwbodems en vollegrondsteelt

Effectiviteit van koolstofvastleggende maatregelen in minerale landbouwbodems

De tussenresultaten van het onderzoeksprogramma Slim Landgebruik, waarin de effectiviteit van landbouwkundige maatregelen voor het vastleggen van koolstof in minerale gronden wordt getoetst, zijn beschikbaar (concept voortgangsrapportage, maart 2021).

De tussenresultaten laten zien dat voor akkerbouw het verbeteren van de gewasrotaties (groter aandeel granen in bouwplan) zeer effectief is, zowel op zand- als op kleigrond. De vele variaties op deze maatregel en in de metingen op bedrijven maakt echter dat de effectiviteit nog niet zeker is.

Voor veehouderij is het verhogen van de leeftijd van grasland (niet scheuren) zeer effectief, vooral op zandgrond, alhoewel de effectiviteit daar minder zeker is dan op kleigrond. Er vindt vervolgonderzoek plaats om meer betrouwbaarheid rondom de effectiviteit van verschillende maatregelen te verkrijgen.

Maatregel Effectiviteit1 Betrouwbaarheid2
    Zand (ton CO2/ha/jr) Klei (ton CO2/ha/jr)  
Akkerbouw        
Verbeteren gewasrotaties ++ 1,6 1,6 0
Compost en mest toevoegen + 0,5/ton o.s.3 0,5-0,7/ton o.s. ++
Gewasresten achterlaten + 0,4-1,0 0,2-0,7 +
Groenbemesters/vanggewassen 0 0 - 0
Meerjarige akkerranden4 + (-0,4) 0,25 0
Veehouderij        
Leeftijd grasland verhogen ++ 14-185 5,5 +
Niet-kerende grondbewerking in mais +/0 + 0 0
Mais-gras wisselteelt + 5-8 - +
Kruidenrijk grasland + 0 +6 ?
1O.b.v. onderzoeksresultaten Lange Termijn Experimenten, ++=zeer effectief, +=effectief, 0=niet effectief.
2Van effectiviteit, o.b.v. statistische analyses. ++=zeer betrouwbaar, +=betrouwbaar, 0=niet betrouwbaar.
3o.s. = organische stof.
4Uitgaande van een 3 m rand aan één kant van een ha perceel.
5Beperkt aantal percelen en koppeling met beheerverschillen (mest).
6Resultaat op klei toont effectiviteit na 15 jaar.

Veranderingen

Nog niet beschikbaar.

Resultaten

De volgende indicatoren hebben betrekking op meetbare resultaten in de subsector landgebruik.

Landbouwbodems en vollegrondsteelt

Areaal blijvend grasland t.o.v. totaal areaal landbouwgrond (%)

De figuur laat een toename zien van het areaal blijvend grasland ten opzichte van het totale areaal landbouwgrond in de periode 2018-2020.

Aangezien het verhogen van de leeftijd van grasland (niet scheuren) een zeer effectieve koolstof-vastleggende maatregel is (zie tussenresultaten onderzoeksprogramma Slim Landgebruik), is een toename van het areaal blijvend grasland¹ wenselijk. Conform EU-regels mag het aandeel blijvend grasland binnen het hele landbouwareaal per lidstaat niet te veel dalen. Als het aandeel blijvend grasland landelijk krimpt, onderneemt Nederland actie richting de individuele landbouwers. Bij een daling van 5% of meer ten opzichte van het referentiejaar 2012 moet Nederland een omzetverbod en een herstelplicht invoeren.

1 Blijvend grasland is grond met een overheersend natuurlijke of ingezaaide vegetatie van grassen of andere kruidachtige voedergewassen. De grond moet minimaal 5 jaar niet in de vruchtwisseling zijn opgenomen. Overheersend betekent dat de vegetatie voor minimaal 50% bestaat uit grassen of andere kruidachtige voedergewassen. Pitrus, riet en heide worden niet gezien als kruidachtig voedergewas.

Presentatie

Landbouwbodems en vollegrondsteelt

Areaal blijvend grasland t.o.v. totaal areaal landbouwgrond (%)

De figuur laat een toename zien van het areaal blijvend grasland ten opzichte van het totale areaal landbouwgrond in de periode 2018-2020.

Aangezien het verhogen van de leeftijd van grasland (niet scheuren) een zeer effectieve koolstof-vastleggende maatregel is (zie tussenresultaten onderzoeksprogramma Slim Landgebruik), is een toename van het areaal blijvend grasland¹ wenselijk. Conform EU-regels mag het aandeel blijvend grasland binnen het hele landbouwareaal per lidstaat niet te veel dalen. Als het aandeel blijvend grasland landelijk krimpt, onderneemt Nederland actie richting de individuele landbouwers. Bij een daling van 5% of meer ten opzichte van het referentiejaar 2012 moet Nederland een omzetverbod en een herstelplicht invoeren.

1 Blijvend grasland is grond met een overheersend natuurlijke of ingezaaide vegetatie van grassen of andere kruidachtige voedergewassen. De grond moet minimaal 5 jaar niet in de vruchtwisseling zijn opgenomen. Overheersend betekent dat de vegetatie voor minimaal 50% bestaat uit grassen of andere kruidachtige voedergewassen. Pitrus, riet en heide worden niet gezien als kruidachtig voedergewas. Oppervlakte blijvend grasland - Nederland

Presentatie