Elektriciteit

Over de sector elektriciteit

De sector werkt aan infasering van hernieuwbare elektriciteit en uitfasering van productie uit fossiele brandstoffen. Hiermee verduurzaamt de sector en levert ze een belangrijke bijdrage aan de verduurzaming in de andere sectoren. Zo is de Hemwegcentrale gesloten en geldt vanaf 2030 een verbod op het gebruik van kolen bij elektriciteitsproductie. Tegelijkertijd komt met de inzet van de sector in 2030 naar verwachting 75-90% van de elektriciteit in Nederland uit zon en wind, afhankelijk van de vraagontwikkeling. Hiervoor moet rond 2030 90 TWh elektriciteit van windparken op zee komen, 35 TWh van hernieuwbare bronnen op land en 7 TWh uit kleinschalige opwek. Door de toename van hernieuwbare elektriciteit wordt het elektriciteitssysteem afhankelijker van het weer. Daarom is meer flexibiliteit in het systeem nodig om de balans tussen de vraag en het aanbod van elektriciteit te garanderen. In de toekomst stijgt waarschijnlijk de vraag naar elektriciteit vanuit de andere sectoren. De sector Elektriciteit probeert met steeds meer hernieuwbare bronnen in deze toenemende vraag te voorzien.

Hierna wordt ingegaan op de voortgang binnen de subsectoren wind op zee en hernieuwbaar op land. Hierbij is aandacht voor netcapaciteit en leveringszekerheid. Deze thema's komen, samen met andere belangrijke onderwerpen, ook terug in het thema Energiesysteem.

Elektriciteit

Over de sector elektriciteit

De sector werkt aan infasering van hernieuwbare elektriciteit en uitfasering van productie uit fossiele brandstoffen. Hiermee verduurzaamt de sector en levert ze een belangrijke bijdrage aan de verduurzaming in de andere sectoren. Zo is de Hemwegcentrale gesloten en geldt vanaf 2030 een verbod op het gebruik van kolen bij elektriciteitsproductie. Tegelijkertijd komt met de inzet van de sector in 2030 naar verwachting 75-90% van de elektriciteit in Nederland uit zon en wind, afhankelijk van de vraagontwikkeling. Hiervoor moet rond 2030 90 TWh elektriciteit van windparken op zee komen, 35 TWh van hernieuwbare bronnen op land en 7 TWh uit kleinschalige opwek. Door de toename van hernieuwbare elektriciteit wordt het elektriciteitssysteem afhankelijker van het weer. Daarom is meer flexibiliteit in het systeem nodig om de balans tussen de vraag en het aanbod van elektriciteit te garanderen. In de toekomst stijgt waarschijnlijk de vraag naar elektriciteit vanuit de andere sectoren. De sector Elektriciteit probeert met steeds meer hernieuwbare bronnen in deze toenemende vraag te voorzien.

Hierna wordt ingegaan op de voortgang binnen de subsectoren wind op zee en hernieuwbaar op land. Hierbij is aandacht voor netcapaciteit en leveringszekerheid. Deze thema's komen, samen met andere belangrijke onderwerpen, ook terug in het thema Energiesysteem.

Elektriciteitsproductie

De figuur toont de netto elektriciteitsproductie (in miljoen KWh) tot en met 2021 en de CO2-emissiefactor van deze productie. De CO2-emissiefactor stijgt licht in 2021 naar 0,315 kg/kWh. Voor het jaar 2021 gebruiken we een voorlopig cijfer van CO2monitor.nl tot dat het CBS hierover publiceert.

CO₂-emissiefactor

Presentatie

Inzet energiedragers voor elektriciteitsproductie

De figuur laat de energiedragers zien die voor de opwek van elektriciteit gebruikt worden. De afgelopen jaren laten een duidelijke toename zien van hernieuwbare bronnen als wind en zon. Deze trend zal zich de komende jaren gaan voortzetten.

Ook is te zien dat het gebruik van kolen voor elektriciteitsopwekking is toegenomen in 2021.Dit heeft onder anderen te maken met de schaarste van aardgas in dat jaar. Door de toename aan stroom uit kolen is de CO2 emissiefactor van de totale elektriciteitsopwekking in Nederland ook toegenomen (zie de figuur hierboven).

Presentatie

Productie en geplande productie van wind en zon, 2021

De figuur laat de verhouding zien tussen de opwek van windenergie op zee, grootschalige zon- en windenergie op land (RES) en kleinschalige opwek. Hernieuwbaar op land is op dit moment de grootste bron van hernieuwbare elektriciteit, maar wind op zee zal richting 2030 deze toppositie overnemen.

Bij kleinschalige opwek gaat het om kleinschalige zon-PV productie bij voornamelijk huishoudens (<15 kW). De cijfers voor RES zijn gebaseerd op CBS-gegevens over productie in 2021 en de Monitor RES 1.0 van PBL. Huidig geeft weer wat op dit moment geproduceerd wordt en PBL maakt een inschatting van de mogelijke realisatie van projecten die in de pijplijn of in de ambitiefase zitten. In 2021 is 9 TWh aan windenergie op zee opgewekt. Er zit op dit moment 81 TWh in de pijplijn om aan het doel voor rond 2030 te voldoen. De opwek van hernieuwbare bronnen op land was 17 TWh in 2021, met nog 11 TWh aan mogelijke realisatie uit de pijplijn en een 9 TWh aan mogelijke realisatie uit ambitie. In 2021 is in totaal 5 TWh kleinschalig opgewekt.

Presentatie

Elektriciteitsproductie

De figuur toont de netto elektriciteitsproductie (in miljoen KWh) tot en met 2021 en de CO2-emissiefactor van deze productie. De CO2-emissiefactor stijgt licht in 2021 naar 0,315 kg/kWh. Voor het jaar 2021 gebruiken we een voorlopig cijfer van CO2monitor.nl tot dat het CBS hierover publiceert.

CO₂-emissiefactor

CO₂ emissiefactor van elektriciteitsproductie - Nederland

Presentatie

Inzet energiedragers voor elektriciteitsproductie

De figuur laat de energiedragers zien die voor de opwek van elektriciteit gebruikt worden. De afgelopen jaren laten een duidelijke toename zien van hernieuwbare bronnen als wind en zon. Deze trend zal zich de komende jaren gaan voortzetten. Ook is te zien dat het gebruik van kolen voor elektriciteitsopwekking is toegenomen in 2021.Dit heeft onder anderen te maken met de schaarste van aardgas in dat jaar. Door de toename aan stroom uit kolen is de CO2 emissiefactor van de totale elektriciteitsopwekking in Nederland ook toegenomen (zie de figuur hierboven). 1 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2021/09/elektriciteitsproductie-stijgt-in-2020-naar-recordhoogte
2 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2021/08/productie-groene-stroom-met-40-procent-gestegen
Inzet energiedragers voor elektriciteitsproductie - Nederland

Presentatie

Productie en geplande productie van wind en zon

De figuur laat de verhouding zien tussen de opwek van windenergie op zee, grootschalige zon- en windenergie op land (RES) en kleinschalige opwek. Hernieuwbaar op land is op dit moment de grootste bron van hernieuwbare elektriciteit, maar wind op zee zal richting 2030 deze toppositie overnemen.

Bij kleinschalige opwek gaat het om kleinschalige zon-PV productie bij voornamelijk huishoudens (<15 kW). De cijfers voor RES zijn gebaseerd op CBS-gegevens over productie in 2021 en de Monitor RES 1.0 van PBL. Huidig geeft weer wat op dit moment geproduceerd wordt en PBL maakt een inschatting van de mogelijke realisatie van projecten die in de pijplijn of in de ambitiefase zitten. In 2021 is 9 TWh aan windenergie op zee opgewekt. Er zit op dit moment 81 TWh in de pijplijn om aan het doel voor rond 2030 te voldoen. De opwek van hernieuwbare bronnen op land was 17 TWh in 2021, met nog 11 TWh aan mogelijke realisatie uit de pijplijn en een 9 TWh aan mogelijke realisatie uit ambitie. In 2021 is in totaal 5 TWh kleinschalig opgewekt. Productie en geplande productie van wind en zon - 2021 - Nederland

Presentatie

Wind op zee

Wind op zee wordt de grootste hernieuwbare elektriciteitsbron in Nederland. Daarom wordt hard gewerkt aan windparken in de Noordzee. In 2020 nam het opgesteld vermogen van windturbines op zee toe tot bijna 2.500 MW, door de ingebruikname van twee nieuwe windparken bij Borssele. Rond 2030 moet het vermogen van windmolens op zee circa 21.000 MW bedragen, waarmee jaarlijks circa 90 TWh aan hernieuwbare elektriciteit wordt opgewekt. Het doel van 21.000 MW voorziet in ongeveer 75 procent van het totale huidige elektriciteitsverbruik.

Meer over wind op zee

Gerealiseerd vermogen (MW) en opbrengst (TWh) wind op zee

Presentatie

Wind op zee

Wind op zee wordt de grootste hernieuwbare elektriciteitsbron in Nederland. Daarom wordt hard gewerkt aan windparken in de Noordzee. In 2020 nam het opgesteld vermogen van windturbines op zee toe tot bijna 2.500 MW, door de ingebruikname van twee nieuwe windparken bij Borssele. Rond 2030 moet het vermogen van windmolens op zee circa 21.000 MW bedragen, waarmee jaarlijks circa 90 TWh aan hernieuwbare elektriciteit wordt opgewekt. Het doel van 21.000 MW voorziet in ongeveer 75 procent van het totale huidige elektriciteitsverbruik.

Gerealiseerd vermogen (MW) en opbrengst (TWh) wind op zee

Presentatie

Hernieuwbaar op land

In 2030 moet 35 TWh hernieuwbare elektriciteit van land komen, uit windturbines en zonnepanelen. Daarnaast bestaat het doel van 7 TWh kleinschalig opgewekt hernieuwbare elektriciteit in 2030. In 2021 heeft het PBL een inschatting gemaakt van de mogelijke productie door huidige installaties in 2030 en een inschatting van de mogelijke realisatie van projecten in de pijplijn of ambitie. Bij deze hernieuwbare technieken is het belangrijk dat ze ruimtelijk gezien goed worden ingepast, met bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak. Daarom wordt de energietransitie op land uitgewerkt in 30 Regionale Energie Strategieën (RES). Het doel van de regionale aanpak is om duurzame energieprojecten zo goed mogelijk aan te passen aan het landschap en de wensen van inwoners. Door zeggenschap en financiële deelname kunnen burgers en bedrijven zich bovendien betrokken voelen bij de energietransitie en ervan meeprofiteren.

Meer over hernieuwbaar op land

Productie hernieuwbare elektriciteit op basis van Regionale-Energie-Strategieën 1.0, 2021

Presentatie

Hernieuwbaar op land

In 2030 moet 35 TWh hernieuwbare elektriciteit van land komen, uit windturbines en zonnepanelen. Daarnaast bestaat het doel van 7 TWh kleinschalig opgewekt hernieuwbare elektriciteit in 2030. In 2021 heeft het PBL een inschatting gemaakt van de mogelijke productie door huidige installaties in 2030 en een inschatting van de mogelijke realisatie van projecten in de pijplijn of ambitie. Bij deze hernieuwbare technieken is het belangrijk dat ze ruimtelijk gezien goed worden ingepast, met bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak. Daarom wordt de energietransitie op land uitgewerkt in 30 Regionale Energie Strategieën (RES). Het doel van de regionale aanpak is om duurzame energieprojecten zo goed mogelijk aan te passen aan het landschap en de wensen van inwoners. Door zeggenschap en financiële deelname kunnen burgers en bedrijven zich bovendien betrokken voelen bij de energietransitie en ervan meeprofiteren.

Productie hernieuwbare elektriciteit op basis van Regionale-Energie-Strategieën 1.0, 2021

Productie hernieuwbare elektriciteit - Nederland

Presentatie

Jaarlijkse ontwikkeling marktprijs CO₂ en elektriciteit

De figuur laat de ontwikkeling van zowel de CO₂-prijs in het EU Emissiehandelssysteem (ETS) zien in €/ton CO₂ als de ontwikkeling van de basislast elektriciteitsprijzen in €/MWh.

De EU ETS-prijzen vormen een prikkel voor verduurzaming van de elektriciteitssector. De elektriciteitsprijzen in €/MWh geven een beeld van de groothandelsprijzen van elektriciteit (basislast). De ontwikkeling van deze prijzen hangt sterk samen met de ontwikkeling van brandstofprijzen, de CO₂-prijzen, het opgestelde vermogen in Nederland en andere landen, veranderingen in vraag en aanbod en veranderingen in het energiebeleid in Nederland en het buitenland.

Het jaargemiddelde van de CO₂-prijs in 2021 steeg sterk ten opzichte van 2020, met meer dan een verdubbeling in prijs per ton CO₂. De marktprijs van elektriciteit steeg in 2021 fors, mede door de hogere gasprijs in dat jaar.

Presentatie

Gecommiteerde subsidie per beleidsmaatregel naar innovatiefase, 2021

De figuur toont de ingezette middelen voor energie-innovatie in 2019, 2020 en 2021 naar innovatiefase (in mln. euro, cumulatief). De figuur laat zien in welke beleidsmaatregelen voor elektriciteit publieke middelen vanuit de subsidieregelingen DEI+, MOOI, TSE-tenders en HER (samen bijna € 160 miljoen) werden geïnvesteerd.

Voor windenergie op zee zijn met name projecten gefinancierd die zich richten op kostenreductie. Voor het elektriciteitssysteem en de infrastructuur zijn voornamelijk innovatieprojecten gefinancierd rondom flexibiliteitsopties die vraag en aanbod (op alle relevante tijdschalen) in balans brengen. Voor elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen op land hebben voornamelijk projecten subsidie ontvangen die zich richten op de ontwikkeling van zonne-energie op land en de fysieke integratie van hernieuwbare energie in het land. Voor waterstof is overwegend geld ingezet voor de stimulering van opslag en conversie van hernieuwbaar opgewekte elektriciteit en het toepasbaar maken van waterstofproductie vanuit elektriciteit. In de figuur is de verdeling naar beleidsmaatregel onderverdeeld naar innovatiefase. De innovatiefases omvatten meerdere TRL's (Technology Readiness Levels), te weten: Ontdekking (TRL 1-3), Ontwikkeling (TRL 4-6), Demonstratie (TRL 7) en Productie(TRL 8-9). Daarnaast is een separate categorie ‘Flankerend’ toegevoegd voor veranderingen in instituties (zoals regelgeving), gedrag en/of maatschappelijke acceptatie ten aanzien van technologische vernieuwingen.

Presentatie

Jaarlijkse ontwikkeling marktprijs CO₂ en elektriciteit

De figuur laat de ontwikkeling van zowel de CO₂-prijs in het EU Emissiehandelssysteem (ETS) zien in €/ton CO₂ als de ontwikkeling van de basislast elektriciteitsprijzen in €/MWh.

De EU ETS-prijzen vormen een prikkel voor verduurzaming van de elektriciteitssector. De elektriciteitsprijzen in €/MWh geven een beeld van de groothandelsprijzen van elektriciteit (basislast). De ontwikkeling van deze prijzen hangt sterk samen met de ontwikkeling van brandstofprijzen, de CO₂-prijzen, het opgestelde vermogen in Nederland en andere landen, veranderingen in vraag en aanbod en veranderingen in het energiebeleid in Nederland en het buitenland.

Het jaargemiddelde van de CO₂-prijs in 2021 steeg sterk ten opzichte van 2020, met meer dan een verdubbeling in prijs per ton CO₂. De marktprijs van elektriciteit steeg in 2021 fors, mede door de hogere gasprijs in dat jaar. Ontwikkeling marktprijs elektriciteit en prijs emissierecht ton CO2 - Nederland

Presentatie

Gecommiteerde subsidie per beleidsmaatregel naar innovatiefase, 2021

De figuur toont de ingezette middelen voor energie-innovatie in 2019, 2020 en 2021 naar innovatiefase (in mln. euro, cumulatief). De figuur laat zien in welke beleidsmaatregelen voor elektriciteit publieke middelen vanuit de subsidieregelingen DEI+, MOOI, TSE-tenders en HER (samen bijna € 160 miljoen) werden geïnvesteerd.

Voor windenergie op zee zijn met name projecten gefinancierd die zich richten op kostenreductie. Voor het elektriciteitssysteem en de infrastructuur zijn voornamelijk innovatieprojecten gefinancierd rondom flexibiliteitsopties die vraag en aanbod (op alle relevante tijdschalen) in balans brengen. Voor elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen op land hebben voornamelijk projecten subsidie ontvangen die zich richten op de ontwikkeling van zonne-energie op land en de fysieke integratie van hernieuwbare energie in het land. Voor waterstof is overwegend geld ingezet voor de stimulering van opslag en conversie van hernieuwbaar opgewekte elektriciteit en het toepasbaar maken van waterstofproductie vanuit elektriciteit. In de figuur is de verdeling naar beleidsmaatregel onderverdeeld naar innovatiefase. De innovatiefases omvatten meerdere TRL's (Technology Readiness Levels), te weten: Ontdekking (TRL 1-3), Ontwikkeling (TRL 4-6), Demonstratie (TRL 7) en Productie(TRL 8-9). Daarnaast is een separate categorie ‘Flankerend’ toegevoegd voor veranderingen in instituties (zoals regelgeving), gedrag en/of maatschappelijke acceptatie ten aanzien van technologische vernieuwingen. Gecommiteerde subsidie per beleidsmaatregel naar innovatiefase - 2021 - Nederland

Presentatie