Energiesysteem

Over warmte

De kaart toont belangrijke onderdelen van het huidige warmtesysteem in Nederland. Klik op Presentatie voor een interactieve kaart om onderdelen op de kaart aan of uit te zetten.

Voor warmte is het belangrijk dat de warmteproductie dichtbij het verbruik ligt, omdat warmte moeilijk over lange afstanden getransporteerd kan worden. Er treden dan warmteverliezen op. Warmtenetten maken het mogelijk om meerdere afnemers met een nabije warmtebron(nen) te verbinden, zoals de restwarmte van centrales en warmte gewonnen uit geo- en aquathermie.

Kaart warmtesysteem

Presentatie

Over warmte

De kaart toont belangrijke onderdelen van het huidige warmtesysteem in Nederland. Klik op Presentatie voor een interactieve kaart om onderdelen op de kaart aan of uit te zetten.

Voor warmte is het belangrijk dat de warmteproductie dichtbij het verbruik ligt, omdat warmte moeilijk over lange afstanden getransporteerd kan worden. Er treden dan warmteverliezen op. Warmtenetten maken het mogelijk om meerdere afnemers met een nabije warmtebron(nen) te verbinden, zoals de restwarmte van centrales en warmte gewonnen uit geo- en aquathermie.

Kaart warmtesysteem

Presentatie

Productie warmte

Inzet energiedragers voor warmte

Het finaal energieverbruik voor warmte is in 2019 voor 76% procent afkomstig uit de verbranding van aardgas (zie figuur 1). Het gaat dan voor een groot deel om het verbranden van aardgas in warmteketels voor eigen verbruik, maar ook om warmte afkomstig uit warmtekrachtinstallaties van de warmteverbruiker of van derden. De inzet van overige (fossiele) energiedragers, zoals restgassen uit aardolie en steenkool, is in 2019 goed voor 17 procent. Het aandeel hernieuwbare warmte nam van 7 procent in 2019 toe tot 7,9 procent in 2020.

Deze toename kwam door een dalend verbruik van warmte in combinatie met een toename van warmteproductie uit hernieuwbare energiebronnen. Met name de inzet van de meestook van biomassa in elektriciteitscentrales en de inzet van warmtepompen namen in 2020 fors toe.

Presentatie

Inzet energiedragers voor warmte

Het finaal energieverbruik voor warmte is in 2019 voor 76% procent afkomstig uit de verbranding van aardgas (zie figuur 1). Het gaat dan voor een groot deel om het verbranden van aardgas in warmteketels voor eigen verbruik, maar ook om warmte afkomstig uit warmtekrachtinstallaties van de warmteverbruiker of van derden. De inzet van overige (fossiele) energiedragers, zoals restgassen uit aardolie en steenkool, is in 2019 goed voor 17 procent. Het aandeel hernieuwbare warmte nam van 7 procent in 2019 toe tot 7,9 procent in 2020. Deze toename kwam door een dalend verbruik van warmte in combinatie met een toename van warmteproductie uit hernieuwbare energiebronnen. Met name de inzet van de meestook van biomassa in elektriciteitscentrales en de inzet van warmtepompen namen in 2020 fors toe. Warmteverbruik naar energiebron -  - Nederland

Presentatie

Distributie

Aansluitingen

In de monitoring van stadsverwarming en -koeling wordt onderscheid gemaakt naar grote en kleine stadsverwarmingsnetten1. In 2018 waren er 329 duizend aansluitingen en werd 20,4 petajoule (PJ) warmte geleverd2 door grote stadsverwarmingsnetten. De kleine stadsverwarmingsnetten (circa 100) hadden in 2018 zo'n 64.000 aansluitingen en leverden 2,4 PJ aan warmte. Zowel het aantal aansluitingen als de levering door grote en kleine stadsverwarmingsnetten nemen de afgelopen jaren toe.

1Grote warmtenetten hebben een minimale afzet van 150 TJ per jaar. Zie de Warmtemonitor uit 2020 van CBS en TNO voor een nadere toelichting
2https://expertisecentrumwarmte.nl/themas/marktordening+en+financiering/duurzaamheid+van+bestaande+warmtenetten/default.aspx

Aandeel hernieuwbare warmtenetten grote warmtenetten

Het aandeel hernieuwbare warmte bij grote warmtenetten is gestegen van 16% in 2016 naar 36% van de geleverde warmte in 20203. Het grootste deel hiervan bestaat uit warmte uit afvalverbrandingsinstallaties en biomassacentrales. Hierbij is het biogene deel hernieuwbaar. Het aandeel restwarmte is 8%. De overige warmte komt vooral uit elektriciteitscentrales en hulpketels.

De bijdrage van deze centrales en ketels wordt langzaam minder (CBS en TNO, 2020). Zo is in 2017 is in Heerhugowaard en Broek op Langedijk de aardgas gestookte warmtekrachtinstallaties vervangen door warmte uit de afvalverbrandingsinstallatie en biomassacentrale in Alkmaar. In 2019 is de biomassawarmtecentrale van Eneco in Utrecht opgestart en in het net van Breda en Tilburg neemt het biogene aandeel toe door een toename van het meestoken van biomassa.

3https://expertisecentrumwarmte.nl/themas/marktordening+en+financiering/duurzaamheid+van+bestaande+warmtenetten/default.aspx

Stoomnetten industrie

Stoom wordt door de industrie gebruikt als warmte met hoge temperaturen. In 2018 waren er 8 stoomnetten met in totaal ongeveer 60 klanten. De totale levering van stoom via stoomnetten bedroeg 37 PJ. Dat is meer dan de levering van warmwater via warmtenetten. Net als bij warmte voor de grote warmtenetten wordt de meeste stoom geproduceerd door warmtekrachtinstallaties gestookt op aardgas en soms met behulp van restgassen. Verder wordt er stoom geproduceerd door afvalverbrandingsinstallaties.
Ongeveer de helft daarvan telt als hernieuwbare energie, omdat het afval voor ongeveer de helft van biogene oorsprong is. Ook wordt er stoom geproduceerd met biomassagestookte warmtekrachtinstallaties.

Zowel stoom als warm water voor de gebouwde omgeving kan via netten van de producent naar één of meerdere verbruikers getransporteerd worden. Stoom is veel lastiger over grote afstanden te transporteren dan warm water en de lengte van stoomnetten is doorgaans hooguit een paar kilometer. Stoomnetten bevinden zich bij grote industriële clusters in Nederland, zoals Chemelot in Geleen of het industriegebied bij Delfzijl. Ook in de Rotterdamse haven zijn een paar industrieclusters waar stoomuitwisseling plaatsvindt.

Aansluitingen

In de monitoring van stadsverwarming en -koeling wordt onderscheid gemaakt naar grote en kleine stadsverwarmingsnetten1. In 2018 waren er 329 duizend aansluitingen en werd 20,4 petajoule (PJ) warmte geleverd2 door grote stadsverwarmingsnetten. De kleine stadsverwarmingsnetten (circa 100) hadden in 2018 zo'n 64.000 aansluitingen en leverden 2,4 PJ aan warmte. Zowel het aantal aansluitingen als de levering door grote en kleine stadsverwarmingsnetten nemen de afgelopen jaren toe.

1Grote warmtenetten hebben een minimale afzet van 150 TJ per jaar. Zie de Warmtemonitor uit 2020 van CBS en TNO voor een nadere toelichting
2https://expertisecentrumwarmte.nl/themas/marktordening+en+financiering/duurzaamheid+van+bestaande+warmtenetten/default.aspx

Aandeel hernieuwbare warmtenetten grote warmtenetten

Het aandeel hernieuwbare warmte bij grote warmtenetten is gestegen van 16% in 2016 naar 36% van de geleverde warmte in 20203. Het grootste deel hiervan bestaat uit warmte uit afvalverbrandingsinstallaties en biomassacentrales. Hierbij is het biogene deel hernieuwbaar. Het aandeel restwarmte is 8%. De overige warmte komt vooral uit elektriciteitscentrales en hulpketels.

De bijdrage van deze centrales en ketels wordt langzaam minder (CBS en TNO, 2020). Zo is in 2017 is in Heerhugowaard en Broek op Langedijk de aardgas gestookte warmtekrachtinstallaties vervangen door warmte uit de afvalverbrandingsinstallatie en biomassacentrale in Alkmaar. In 2019 is de biomassawarmtecentrale van Eneco in Utrecht opgestart en in het net van Breda en Tilburg neemt het biogene aandeel toe door een toename van het meestoken van biomassa.

3https://expertisecentrumwarmte.nl/themas/marktordening+en+financiering/duurzaamheid+van+bestaande+warmtenetten/default.aspx

Stoomnetten industrie

Stoom wordt door de industrie gebruikt als warmte met hoge temperaturen. In 2018 waren er 8 stoomnetten met in totaal ongeveer 60 klanten. De totale levering van stoom via stoomnetten bedroeg 37 PJ. Dat is meer dan de levering van warmwater via warmtenetten. Net als bij warmte voor de grote warmtenetten wordt de meeste stoom geproduceerd door warmtekrachtinstallaties gestookt op aardgas en soms met behulp van restgassen. Verder wordt er stoom geproduceerd door afvalverbrandingsinstallaties.
Ongeveer de helft daarvan telt als hernieuwbare energie, omdat het afval voor ongeveer de helft van biogene oorsprong is. Ook wordt er stoom geproduceerd met biomassagestookte warmtekrachtinstallaties.

Zowel stoom als warm water voor de gebouwde omgeving kan via netten van de producent naar één of meerdere verbruikers getransporteerd worden. Stoom is veel lastiger over grote afstanden te transporteren dan warm water en de lengte van stoomnetten is doorgaans hooguit een paar kilometer. Stoomnetten bevinden zich bij grote industriële clusters in Nederland, zoals Chemelot in Geleen of het industriegebied bij Delfzijl. Ook in de Rotterdamse haven zijn een paar industrieclusters waar stoomuitwisseling plaatsvindt.

Verbruik

Finaal energieverbruik voor warmte per klimaattafel

Het totale energieverbruik in Nederland door eindverbruikers in 2019 bedroeg 1.858 PJ, waarvan 985 PJ ofwel 53% bestond uit het verbruik van warmte (zie figuur 2). Ongeveer de helft van het finaal energieverbruik voor warmte is energieverbruik in de gebouwde omgeving (huishoudens en diensten), 40 procent in de industrie en 10 procent in de landbouw. De behoefte aan koeling is relatief beperkt (27 PJ in 2015) en wordt daarom verder niet besproken.

Presentatie

Finaal energieverbruik voor warmte per klimaattafel

Het totale energieverbruik in Nederland door eindverbruikers in 2019 bedroeg 1.858 PJ, waarvan 985 PJ ofwel 53% bestond uit het verbruik van warmte (zie figuur 2). Ongeveer de helft van het finaal energieverbruik voor warmte is energieverbruik in de gebouwde omgeving (huishoudens en diensten), 40 procent in de industrie en 10 procent in de landbouw. De behoefte aan koeling is relatief beperkt (27 PJ in 2015) en wordt daarom verder niet besproken.

Finaal energieverbruik voor warmte naar sector -  - Nederland

Presentatie